Pijn bij het vrijen

Pijn bij het vrijen (dyspareunie) is de meest voorkomende seksuele klacht bij vrouwen. 2-20% van de vrouwen heeft ermee te maken.

Verschijnselen en oorzaak

Er zijn grofweg twee soorten pijn die bij vrouwen voor komen; opervlakkige pijn en diepe pijn. De mate van de pijn verschilt per persoon.

 

  • Oppervlakkige pijn
    Bij deze vorm is er pijn bij aanraking of wrijving tegen de vagina-ingang. Hierdoor is het pijnlijk en lastig om geslachtsgemeenschap te hebben. Ook kan het zijn dat er pijn ontstaat bij het inbrengen van een tampon of een vinger. In sommige gevallen is het zelfs onmogelijk om iets in de vagina te brengen. Deze vorm is eigenlijk geen dyspareunie, maar heet vaginisme. De oorzaak van oppervlakkige pijn bij vrijen en vaginisme is veelal een overactieve bekkenbodemspier (teveel spanning van de bekkenbodemspier). Hierdoor wordt de vagina-ingang vernauwd en/of verhard en is aanraking of wrijving pijnlijk.
  • Diepe pijn
    Hierbij wordt er inwendige pijn gevoeld in de vagina, onderbuik of de lage rug tijdens of na penetratie van de penis in de vagina. Bij deze vorm is er geen eenduidige oorzaak aan te wijzen. Soms kan het zijn dat klachten van de lage rug of het bekken zich uiten tijdens het vrijen. Ook kan het zijn dat de vrouw onvoldoende opgewonden is, waardoor de penis de baarmoeder raakt tijdens geslachtsgemeenschap. Tot slot kan er een verzakking van de blaas, baarmoeder of darmwand zijn opgetreden, waar de penis tegenaan stoot. Ook dit zou de diepe pijnklachten kunnen veroorzaken.

Behandeling

Er heerst nog altijd veel taboe op het onderwerp seksualiteit. Het is iets intiems wat u niet zomaar met iedereen deelt. Toch is het belangrijk om problemen kenbaar te maken aan uw fysiotherapeut of huisarts. In veel gevallen kan een behandeling zorgen dat de klachten afnemen of zelfs verdwijnen.
Pijn bij vrijen wordt behandeld door de bekkenfysiotherapeut (een fysiotherapeut zich heeft gespecialiseerd in bekkenklachten). Na een uitgebreid vraaggesprek wordt het probleem in kaart gebracht. De keer daaropvolgend wordt in overleg een (lichamelijk) onderzoek gedaan. Aan de hand daarvan worden behandeldoelen opgesteld. Indien nodig kan er multidisciplinair worden samengewerkt met de seksuoloog, huisarts of gynaecoloog.

Behandelingen